Spreekvaardigheid

Voor Engels vwo spreekvaardigheid staat in de Handreiking schoolexamen tweede fase, SLO het volgende:

 Niveau B2 - Engels, Duits vwo

Beheersingsniveau

Kan duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen presenteren over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op zijn/haar interessegebied. Kan een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voordelen en nadelen van diverse opties uiteenzetten.

Tekstkenmerken voor niveau B2 zijn:

Onderwerpenkunnen algemeen zijn of te maken hebben met vrijetijdsbesteding. Het woordgebruik en de woordenschat zijn toereikend om duidelijke beschrijvingen te geven, en meningen te verkondigen over de meeste algemene onderwerpen. Grammaticale correctheid: er wordt een vrij uitgebreide beheersing van de grammatica vertoond met gebruik van complexe zinsvormen. Er zijn geen fouten die de begrijpelijkheid in de weg staan. Vloeiendheid: het spreektempo is vrij vast, alhoewel de spreker soms aarzelt wanneer hij/zij zoekt naar patronen en uitdrukkingen. Coherentie: er wordt gebruik gemaakt van een beperkt aantal middelen voor tekstcohesie om uitingen te verbinden tot een heldere, coherente tekst, hoewel dat in een lange bijdrage niet altijd even goed lukt. Uitspraak: Duidelijke, natuurlijke uitspraak en intonatie.

Voorbeelden van meer specifiek productief taalgebruik

Hieronder treft u een aantal voorbeelden aan van mogelijke inhouden van productieve activiteiten, gekoppeld aan een globale descriptor, te realiseren op B2-niveau.

1.  Monologen

De kandidaat kan:

- over een groot aantal onderwerpen binnen zijn/haar interessegebied een argumentatie systematisch opbouwen en op zo adequate wijze de belangrijke punten en relevante details markeren.

Bijvoorbeeld: aan een vriend/in duidelijk maken waarom je het beleid van de ene politieke partij beter vindt dan dat van de andere; als amateur-fotograaf uitleggen wat erbij komt kijken om die ene fantastische foto te maken.

- een reeks van beredeneerde argumenten opbouwen.

Bijvoorbeeld: verslag doen van ervaringen en daarbij meningen met argumenten onderbouwen: in een tafelgesprek met geïnteresseerde (onbekende) toehoorders verslag doen van een reis, een land of landschap.

- een standpunt uitleggen en daarbij de voor- en nadelen van verschillende opties presenteren.

Bijvoorbeeld: bij de afsluiting van een uitwisselingsproject met studenten een leuk verhaal vertellen over de start van het project; over een belangrijk voorval uit je jeugd vertellen.

2.  Een publiek toespreken

De kandidaat kan:

- een duidelijke, voorbereide presentatie geven waarbij hij/zij argumenten kan noemen voor of tegen een bepaald standpunt of voor- en nadelen van diverse opties..

Bijvoorbeeld: bij verwikkelingen tijdens uitwisselingen nieuwe regels/regelingen uitleggen aan collega's/medescholieren.

- omgaan met een aantal daaropvolgende vragen met een mate van vloeiendheid en spontaniteit die noch voor hem/haarzelf, noch voor het publiek ongemak oplevert.

Bijvoorbeeld: een presentatie houden voor medeleerlingen/-studenten over een bestudeerd onderwerp, waarbij voor- en nadelen van verschillende standpunten besproken worden; vragen uit het publiek beantwoorden.