Onderzoek en beleid

 In het rapport Bruggen tussen Natuur en Maatschappij, Ontwerpadvies, Profielcommissies onder redactie van Bruning, Meijs en Veldhuis (december 2006) wordt over het vak Engels opgemerkt dat er onder studenten in het wetenschappelijk onderwijs een grote mate van onvrede bestaat over de aansluiting tussen Engels en andere studies. De profielcommissies doen er de aanbeveling te starten met ''aansluitingsprojecten voor het vak Engels met sectoren in het hoger onderwijs, waar ontevredenheid over het beheersingsniveau van de Engelse taal van de studenten bestaat.''

 

Tevens wil men graag een verheldering van "de onderdelen van de taalvaardigheid die bij de diverse vervolgopleidingen belangrijk zijn", zodat daar in het voortgezet onderwijs op ingespeeld kan worden.

SLO heeft het IOWO opdracht gegeven via de jaarlijkse enquête onder alle eerstejaars studenten te onderzoeken welke studierichtingen de meeste aansluitingsproblemen geven, en welke vaardigheden daarbij de grootste rol spelen.

Analyse van de aansluitingsproblematiek

Vanuit standpunt universitair docenten


In het kader van dit project heeft SLO een aantal focusgroepbijeenkomsten georganiseerd; de eerste bijeenkomst vond plaats in januari 2008, aan de VU, Amsterdam. De deelnemers aan deze bijeenkomst waren universitair docenten, afkomstig uit (negen) uiteenlopende studierichtingen.

Het vereiste ERK instroomniveau
Op de vraag naar een redelijk instroomniveau Engels voor eerstejaars studenten werd tamelijk unaniem geantwoord. Men was het er over eens dat B2 het instroomniveau voor alle vaardigheden zou moeten zijn; vooral voor de schrijfvaardigheid zou dit voor velen een knelpunt zijn, een B2 voor schrijfvaardigheid wordt aan het eind van het vwo vaak niet behaald.

In de loop van het eerste jaar van de bachelor opleiding zou het niveau leesvaardigheid moeten oplopen naar C1, vooral vanwege de specificiteit van de onderwerpen. Aan het eind van de bachelorfase zou C1 het niveau voor alle vaardigheden moeten zijn. Daarmee wordt eigenlijk meer gevraagd dan alleen taalvaardigheid, ook van de docenten: naarmate je op hogere taalbeheersingniveaus komt wordt het haast onmogelijk om de taalvaardigheid van andere vaardigheden te scheiden.

Niet alleen het instroomniveau is echter onderdeel van het probleem, maar ook het bijhouden van het niveau binnen de opleidingen waar geen specifieke aandacht aan de taalverwerving wordt besteed. De vraag is, of alleen studieboeken in het Engels lezen voldoende is.

Benodigde acties volgens universitair docenten:

  • Op middelbare scholen zou veel meer aan productieve vaardigheden gewerkt moeten worden, al blijven de receptieve vaardigheden wel de nodige basis voor een productieve beheersing.
  • Docenten Engels zouden samenwerking kunnen zoeken met docenten van de verschillende profielvakken of van het algemene deel.
  • De universitaire opleidingen moeten hun studenten een concrete kans bieden om van B2 naar C1 te groeien.
  • Er moet een betere begeleiding komen in de universitaire talencentra en er zou meer gerichte hulp moeten worden geboden bij het verwerven van academische vaardigheden in het Engels. Er bestaan overigens al heel wat tools online voor het oefenen van verschillende vaardigheden op academisch niveau.
  • Universitaire docenten moeten beter Engels kunnen spreken (minimaal C1). Dit zou je kunnen toetsen via Dialang of via het eigen taalcentrum.

Vanuit standpunt eerstejaars studenten 

Vervolgens werd in februari 2008 een focusgroepbijeenkomst belegd met eerstejaars studenten van de UT in Enschede, afkomstig uit vijf verschillende studierichtingen.

In de discussie over het tekortschieten van Engels op VO werd door deze focusgroep eerstejaars studenten gezegd dat de schrijfvaardigheid uit de methode niet praktijkgericht was en dat er eigenlijk alleen kunstmatige brieven werden geschreven.

Opvallend was de opmerking dat er niet zo veel Jip & Janneke taal in schoolboeken VWO zou moeten voorkomen; vooral in de examenklassen "hoeven de boeken niet zo vol plaatjes te staan. De teksten zouden meer moeten aansluiten bij het academisch niveau van wat er daarna komt."

Er werd gesuggereerd dat studieboeken voor andere schoolvakken in het Engels moesten worden aangeschaft: "dan wen je vast aan studeren uit een boek in een andere taal, ook op een niet TTO-school".

Er werd gesteld dat er ''heel veel tijd aan grammatica werd besteed en'' dat is later niet meer zo nuttig''.   Ook werd er gesuggereerd dat het profielwerkstuk in het Engels zou kunnen - al rees tegen dit idee ook protest van een aantal (dyslectische) techniekstudenten - zij hebben toch al zo'n last van hun handicap bij het Engels. 

Benodigde acties volgens deze focusgroep eerstejaars studenten:         

  • meer lessen leesvaardigheid en schrijfvaardigheid. Op de universiteit zijn bijna alle boeken opeens in het Engels. Op de middelbare school wordt nauwelijks Engels gelezen,
  • voorbereiden op Engelse studieboeken,
  • meer inspelen op het soort Engels dat gebruik wordt. "Dus bijvoorbeeld bij een briefopdracht geen verhaal over je vakantie schrijven maar over meer wetenschappelijke onderwerpen",
  • meer richten op vaardigheden die nuttig zijn op de universiteit,
  • meer aandacht voor lezen van academische teksten. Niet alleen Cito teksten die met maatschappelijke problemen te maken hebben,
  • meer Engelse presentaties laten geven,
  • meer vakgerichte termen laten leren, zodat je een woordenschat hebt die aansluit op de literatuur die je moet lezen,
  • meer laten oefenen. "Taal leren is doen".  Tegenwoordig wordt er teveel van uitgegaan dat men de dingen "wel weet maar niet beheerst".

IOWO enquête

Uit de analyse gemaakt door het IOWO blijkt dat het aansluitingsprobleem voor Engels zich het sterkst doet voelen bij studenten die een E&M profiel hebben en die een economische studierichting volgen. Leerlingen die TTO (tweetalig onderwijs) hebben genoten geven aan nauwelijks problemen te ervaren.

De vaardigheid die het meeste problemen geeft, is de leesvaardigheid. Dit is opvallend omdat studenten tegelijkertijd aangeven te menen over een voldoende (of zelfs goede!) luister- en leesvaardigheid te beschikken. Zoals ook in het rapport staat, is het vooral de hoeveelheid tekst en de abstracte aard van de meeste studieboeken, die voor problemen zorgt.

Bij het bestuderen van deze studieboeken is, behalve kennis van het Engels, ook het cognitieniveau een belangrijke factor, evenals het planningsvermogen. Men houdt te weinig rekening met de grotere hoeveelheid tijd die verwerking van Engelse studieboeken met zich meebrengt. Zoals ook wordt opgemerkt door de studenten uit de focusgroep, zijn dit problemen die worden overwonnen als men voldoende gemotiveerd is voor het volgen van de studie.

Cito examenresultaten opgesplitst naar profiel

Cito, te Arnhem voert jaarlijks een toets- en itemanalyse uit op een steekproef van de gemaakte centrale examens (CE). Het CE voor Engels betreft uitsluitend leesvaardigheid.

Uit de gegevens zoals gepubliceerd in TiaPlus, Toets en Item Analyse Build 2006, Arnhem waarin de scores van subgroepen worden vergeleken, blijkt al enige jaren dat leerlingen uit het profiel E&M significant lager scoren dan leerlingen uit de N&G en N&T profielen. Deze leerlingen scoren gemiddeld ook iets minder goed dan leerlingen uit het C&M profiel.

Conclusie

Er kan gesteld worden dat hier sprake is van een ''negatieve doorlopende leerlijn'': veel leerlingen uit de E&M profielen hebben qua leesvaardigheid Engels al een minder niveau als zij aan hun universitaire vervolgstudie beginnen. Het is derhalve niet verbazingwekkend dat door het IOWO juist in de HOOP sector Economie de meeste aansluitingsproblemen voor leesvaardigheid Engels worden geconstateerd onder eerstejaars studenten.

Er zal nog verder onderzoek verricht moeten worden naar de oorzaken van de relatieve achterstand die juist binnen het profiel E&M op het gebied van de leesvaardigheid voor Engels wordt geconstateerd. 

Aanbevelingen

Scholen zouden kunnen overwegen in het E&M profiel een extra steunles Engels leesvaardigheid in te zetten. Leerlingen uit het E&M profiel zouden gewezen moeten worden op de hoge eisen die vervolgopleidingen in hun sector aan hun kennis van het Engels stellen. Ook een verblijf in een Engels sprekend land, voorafgaand aan het eerste universitaire studiejaar, een verdiepingscursus aan een Engels taleninstituut (Cambridge Advanced) of iets vergelijkbaars zou juist hen beter kunnen voorbereiden.

Tot slot: binnen het profiel E&M bestaan vele mogelijkheden tot vakoverstijgend samenwerken: het voorschrijven van Engelstalige literatuur bij andere vakken dan Engels blijkt ook op TTO-scholen (scholen met Tweetalig Onderwijs) het leesrendement zeer ten goede te komen.